Als kunstschilder maakte hij vooral naam als paardenschilder. Of dit terecht is valt te betwijfelen daar veel onderwerpen hem boeide. Vanzelfsprekend schilderde hij de Veerse vissers met hun hoogaarzen, maakte hij prachtige portretten en gevoelige stillevens, die enigszins verwant zijn aan het werk van de ‘Veerse Joffer’ Lucie van Dam van Isselt (1871-1949), waar hij met zijn vrouw Francina van Eenennaam (1900-1996) en hun pas geboren dochter in de twintiger jaren enige tijd onderdak zou vinden, voor het gezin zich definitief vestigde in de Veerse Oliemolenstraat.
Naast schilderen hield Koets zich bezig met het construeren en bedenken van allerlei voortstuwings- en bewegingsmethodieken, wat resulteerde in een Nederlands patent op zijn ‘Koetspropeller’, een nieuw voortstuwingsysteem voor de scheepvaart. Helaas was hij niet de enige die toentertijd met deze ideeën rondliep. Hierdoor werd zijn weldoordachte idee nooit een echt succes, wat hem danig in de war bracht. Hij zou de laatste jaren van zijn leven vanwege innerlijke conflicten niet meer schilderen. Hij stierf in 1956 eenzaam en berooid in zijn Veerse huisje, ‘In d’Olijmolen’.
In het Noord-Bevelandse Kortgene werd in 1960 een bescheiden laatste officieel expositie ana zijn werk gewijd.
Hoog tijd voor een grote oeuvre-expositie over zijn leven en zijn veelal kleurrijke werk, dat onbewust soms enige verwantschap oproept met het werk van Vincent van Gogh. In meerdere opzichten hadden zijn wat met elkaar gemeen. De Veerenaren noemde hem dan ook liefkozend, de ‘Veerse Van Gogh’. Of dit werkelijk zo is, kunt u in de zomer en najaar van 2005 gaan zien in het Veerse museum ‘De Schotse Huizen’.
In het Zeeuws Tijdschrift nr. 3/4, 2005, verscheen een uitgebreid artikel over het leven en werk van Dirk Koets, geschreven door de samensteller van de Koets expositie, Joost J. Bakker. Deze speciale uitgave is in het museum te koop.