Het is een laat gotisch rechthoekig gebouw met uitgekraagde kleine torens aan de voorzijde. De gevel van ledesteen, is nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Vermoedelijk zijn de dakkapellen een latere toevoeging.
Tussen 1931 en 1934 werd het stadhuis grondig gerestaureerd. De stadhuisbeelden, oorspronkelijk gepolychromeerd en in 1517/1518 vervaardigd in het atelier van Michiel Ywijnsz in Mechelen werden toen vervangen door nieuwe uit het atelier van professor W.O.Wenkebach. Zij stellen de heren en vrouwen van Veere voor uit het roemruchte geslacht der Van Borsele’s. De oorspronkelijke beelden staan sinds 1950 opgesteld in de beeldenzaal van het Museum ‘De Schotse Huizen’ te Veere.
Het stadhuis heeft een Lodewijk XV bordes uit 1749 met de spreuk: Gehoorsaamheyt Godts en de Overheyt / Weert der menschen Ongeluck. Het wapenschild van de Oranjes is tijdens de Franse tijd weggebikt en tot op de dag van vandaag blanco.
Links voor de gevel de schandsteen, waarop gestraften te kijk werden gezet en daarboven een ketting met stenen, waarmee kwaadsprekende vrouwen door de stad moesten lopen.
Achter het stadhuis de toren, gebouwd door Adriaen de Muer uit Brugge tussen 1594 en 1599. Op de top een windvaan, een oorlogschip met vijf vlaggen, drie van de Van Borsele’s, één van Oranje-Nassau en één van Zeeland.
In de toren een zeldzaam mooi carillon van 35 klokken waarvan er 24 dateren uit 1735 en de laatste 11 klokken in 1949 zijn toegevoegd. Een carillon-concert behoort tot de charmes van Veere.
De inwendige indeling van het stadhuis dateert grotendeels uit 1699 toen de Vierschaar werd vergroot. Tegenwoordig maakt deze deel uit van het Stadhuismuseum ‘De Vierschaar’. Hier bevindt zich o.m. de verguld zilveren beker uit 1551 die Maximiliaan van Bourgondië (1514-1558) aan de stad Veere schonk. De gemeente heeft in de 19e eeuw vanwege geldgebrek drie maal getracht de beker voor veel geld te verkopen. Door ingrijpen van de minister van Binnenlandse Zaken werd dit voorkomen.