In de loop der eeuwen werd door de technische vooruitgang de beiaard uitgebreid en verbeterd (klankzuiver). De Veerse beiaard behoort
tot één van de oudste en oorspronkelijkste in Nederland.
Elk hele en halve uur - zingt in Veere de tijd - 24 uur per dag!
In de snelle opeenvolging waarin de Nederlandse steden in de tweede helft van de 14e eeuw een uurwerk op hun belangrijke torens plaatsten, lag het natuurlijk voor de hand dat Veere niet achter kon blijven.
Er wordt vanaf 1403 in Veere over een torenuurwerk gesproken voor het toenmalige stadhuis, wat in 1473-74 is afgebroken en vervangen door het huidige stadhuis. In het oude stadhuis werd een uurwerk geplaatst gemaakt door Jan Drake, hij wordt nadrukkelijk vernoemd in de rekeningen voor de levering van de ’ure clock’ waarvoor hij een vooruit betaling kreeg. Pas in de rekeningen van 1460 blijkt dat er een uurwijzer aan de buiten zijde van het (oude) stadhuis is aangebracht. Deze had de vorm van een wijzende hand en was dus van hetzelfde type als die op de Domtoren in Utrecht.
Ik hoor regelmatig dat men niet snapt hoe je kunt zien hoe laat het is. U moet dus goed naar de hand (wijzer) kijken en blijven oefenen. Het is pas in 1465/66 en 1473/74 dat er bepaalde mechanische onderdelen werden vermeld over een voorslag voor de uurslag. Toen kon er dus een melodie geplaatst worden voordat de uurslag of half uurslag zou plaatsvinden, zoals dit heden ten dage nog steeds gebeurt. Vier maal per jaar wordt de melodie veranderd. De wijze waarop de klokjes vanuit het uurwerk worden bediend is in principe uiterst eenvoudig.
Men had een ijzeren (of houten) trommel waarin afhankelijk van de hoeveelheid klokken, evenveel banen in de omtrek waren getrokken. In die banen werden op regelmatige afstand pennen geplaatst (toonstiften). De trommel gaat draaien nadat de klok bepaalde nokken heeft vrijgegeven, de stiften lopen tegen de lichters aan, de draad van de hamer wordt gespannen, de hamer aan de klok wordt gelicht, vervolgens valt de lichter van het pennetje en de hamer valt vervolgens tegen de klok en de klok wordt tot klinken gebracht. In 1594 toen de toren gereed was is er een nieuw uurwerk geplaatst. Het uurwerk en klok uit de 15e eeuw zijn hierbij voorgoed verdwenen.
Er zijn toen door de klokkengieter Peter II Vanden Ghein uit Mechelen 20 klokken geleverd. Waaronder een klok met een hemisferisch model (vanwege ruimtegebrek) met een diameter van 147 cm. Deze unieke klok hoort men nu nog steeds op het hele uur slaan en dient op zondagochtend als kerk-luidklok.
Het voordeel was dat men toen een klokkenklavier kon plaatsen om over de gebruikelijke 20 klokken over twee octaven een musicus te laten spelen. Dus niet alleen maar een mechanische melodie maar nu ook op marktdagen en feestdagen kon een musicus de klokken bespelen. De familie Vanden Ghein heeft tot in de 17e eeuw talrijke klokkenspelen in Nederland (de Noordelijke Nederlanden) geleverd. Daarna hebben de gebroeders François en Pieter Hemony, de Nederlanden voorzien van sublieme beiaards en zijn er uiteindelijk maar enkele Vanden Ghein beiaards bewaard gebleven.
Ook in Veere kwam men tot de conclusie; ‘dat de beiaard slecht een matige voldoening gaf en dat deze in vele opzichten onderkomen was en vervangen moest worden.
Men trad in contact met een verre nazaat van Peter II Vanden Ghein, de Leuvense cellebroeder Pieter Van den Gheyn (met en y wat toen chique was). In 1735 werd een nieuwe beiaard van 35 klokken met bijbehorende speeltrommel en klavier geleverd. De burgers van Veere zullen wederom met trots naar hun vergrote en klankrijker toreninstrument hebben geluisterd. Toch was de stemming niet helemaal in orde en in 1790 werd door een neef van Pieter, Andreas Jozef Van den Gheyn de beiaard gecorrigeerd door enkele kleine klokjes te hergieten. In de 18e eeuw zijn nog enkele klokken toegevoegd.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn ondanks de klokkenvorderingen de klokken blijven hangen. In 1907 is tijdens de 2e Haagse Vredesconferentie bepaald dat het niet toegestaan is historisch waardevolle kunstvoorwerpen in vijandelijk gebied in beslag te nemen. Weliswaar had de Duitse Reichscommissar A. Seyss-Inquart (1892-1946) verwezen naar het historisch gegroeide gewoonte recht dat de overwinnaar zijn recht op de klokken, of een tegenwaarde in geld, mocht doen gelden. De Nederlandse regering had beslist dat als er een klokkenvordering zou plaatsvinden er 10% van de klokken in de torens mochten blijven hangen. Na de inval van de Duitsers kwam dit getal in een ander daglicht te staan en is er onderhandeld met als resultaat dat er 25% mocht blijven hangen.
Aan de Nederlanders en de Belgen was het de taak om aan te geven welke moesten blijven hangen en deze klokken werden voorzien van de letter M van monument. Vervolgens werd er door misleiding en sabotage getracht, zoveel mogelijk klokken boven het hierboven vermelde percentage te behouden. De beiaard in Veere kreeg de letter M op al zijn klokken geschilderd. De voorslag werd gedurende de oorlog uitgeschakeld en omdat de klok weinig liep en nauwelijks onderhoud kreeg was het geheel na de oorlog in slechte staat.
Door de Stichting Vrienden van Veere is in 1946 een carillon restauratiefonds gesticht. Hierop kon worden ingeschreven door de burgers. Bij een inleg van fl.25,- kreeg men een speciale houtgravure van de Veerse graficus Dirk van Gelder (1907-1990). Met het opgehaalde geld is een klok gegoten waarbij in de klok de tekst staat: ‘In de klank Veere’s dank 1946’.
In 1964 is de klok geëlektrificeerd d.w.z. dat de gewichten niet meer met de hand de toren worden ingetrokken maar m.b.v. een elektromotor automatisch naar boven gaan. Voorheen moest dat ‘s morgens en ‘s avonds met de hand gebeuren.
In 1972 is er een grote restauratie verricht door de firma Eijsbouts uit Asten (Noord-Brabant) waarbij ook het klavier uit 1735 is vervangen, waarna een beiaard ontstond van 47 klokken, op basis van g1.
Sinds 1999 heb ik het kleine onderhoud overgenomen van de Veerse smid L. Meyers die zijn hele leven, (zijn vader had de klok reeds in onderhoud) voor de klok heeft gezorgd. Het is een prachtige hobby om voor zo iets unieks te mogen zorgen, als je naast de klok staat en je hoort de zware tik in zo’n mooi monumentaal gebouw met zijn roemruchte verleden, heb je het gevoel dat je nog nooit zo dicht bij de tijd hebt gestaan.
Er doen zich wel eens problemen voor waarbij niet meteen de oorzaak wordt gevonden. Dit leidt dan tot overleg met smid Meyers. Als er iets bijzonders aan de hand is of groot onderhoud moet worden verricht, wordt de gemeente Veere gewaarschuwd en na overleg neemt die weer contact op met de firma Eijsbouts.
Versteken van de trommel (de melodie veranderen, vier maal per jaar)
De muziekkeuze op de trommel zijn altijd oude versjes, waarbij één ervan een versje moet zijn van geuzendichter Adriaen Valerius (ca.1570-1625) omdat deze in Veere heeft gewoond.
Op woensdag haal ik de tonen van de trommel en controleer m.b.v. een toonladder of alle klokken goed worden aangeslagen. Donderdag komt de stadsbeiaardier van Veere (sinds 1980) Kees van Eersel (Vlaardingen, 1944) om de muziek stiften weer terug te plaatsten. Ik zit dan in de trommel om de stiften vast te zetten. In totaal ongeveer 5 uur werk, vroeger was men daar 2 dagen mee bezig, maar met modern gereedschap gaat het een stuk sneller.
Veere, september 2006
Arie den Dikken
beiaard@deltacultureel.nl
Bronnen:
André Lehr, ‘Beiaardkunst in de Lage Landen’
André Lehr, Bulletin van de Kon. Nederlandse Oudheidkundige Bond, jaargang 64-1963